koninklijke FABRIEKEN DIEPEBROCK & REIGERS TE ULFT.

ZIE OOK DE ONDERSTAANDE WEBSITES

KONINKLIJKE 'DIEPENBROCK & REIGERS' IN KRANTENKNIPSELS  

Diepenbrock & Reigers ca. 1875                                                                                                                    Diepenbrock & Reigers ca. 1900

Voor zover bekend zijn dit de eerste berichten die werden geplaatst in diverse kranten over de DRU (Yzer-Hutte)  in Ulft in 1756

1764: DE HELFT VAN DE ULFTSE IJZERGIETRIJ WERD VERKOCHT

De heer Carl Henning was Rentmeester van de grafelijke goederen van Bergh, hij was één van de 4 personen die in 1754 met de ijzerhut startte.
Hij nam de leiding en deed de administratie voor het bedrijf.

IN ONDERSTAAND BERICHT, MAKEN DE ERFGENAMEN VAN WIJLEN DE HEER RENTMEESTER HENNING BEKENT, DE HELFT DER EIGENDOMMEN BETREFT
DE ULFTSE IJZERHUT, OPENLIJK AAN DE MEESTBIEDENDE TE VEILEN EN TE VERKOPEN.

1765:  Uit de hand te koop de helft van een Yzergietery of Yzermolen by Ulft, …..

1791: in dit bericht heeft men het ook over 1756 wanneer er een
yzer-gieterij werd aangelegd.

1797: Citaat: 'om ons van het algemeen aangenomen kunstwoord
te bedienen, eene 'IJzer-hutte' te Ulft...……

1808: Citaat: 'en alle hunne Modellen en Gereedschappen naar hunne binnen het Koningrijk Holland vier uren van Doesburg gelegen Yzer-hutte te Ulft hebben overgebracht; alwaar thans nog alle soorten van Yzer-Goederen, hoe ook genaamd, van dezelfde qualiteit, en evenals te voren, sedert den Jare 1774, met het beste succes gegoten worden.'

OP BOVENSTAANDE KAARTEN STAAT DE DRU AFGEBEELD
IN 1869  en 1887


 De DRU  in de jaren  '50 waarna nog meer werd uitgebouwd.

1854: Hoog bezoek in Ulft!

1897: DRU loopt vooruit en sluit verzekering af voor pensioen

oudere werknemers vanaf 60 jarige leeftijd.

1853: Gendringen en Ulft geheel groen gemaakt voor bezoek Z.H. Hoogheid
de Prins van Oranje.

1861: Dank en Hulde voor de heren Diepenbrock & Reigers

1859: Levering stoommachine van 25 paardenkrachten door DRU

1852: De spuiten van DRU op de tentoonstelling in Arnhem.

1875: DRU voegt emailleerafdeling toe.

1878: Het DRU-email is niet schadelijk voor de gezondheid.

1876: Er was veel te doen over de veiligheid van het email.

1890: B.A. Reigers, watergraaf van het waterschap van den Oude IJssel....

1899: Ernstig Ongeluk bij DRU

1905: Diploma voor Diepenbrock & Reigers

1896: Vennootschap Diepenbrock & Reigers

1884: 50 jarig huwelijksfeest 

1898: Een der handelsmerken van de DRU.

DRU 1904

1901: werknemer vraagt per uur 1 cent meer en komt daardoor
zonder werk te zitten!

1908: Uitje voor de leerlingen van de Huishoudschool
o.a. een bezoek aan de DRU.

1895: Logo ontworpen voor de rijstpannen voor Indië.

1921: 3 slagen op het hoofd met ijzeren stamper.

1913: Aanbesteding voor het uitbreiden van de gieterij en het bouwen van een koestal.

1918: Een witte- of savoyekool voor elke werknemer.

1912: Aanbesteding voor het bouwen van een Emailleerfabriek.

In 1890 was de heer F.B. Deurvorst nog beambte aan de ijzergieterij in Ulft.
(ZIE BERICHT ONDER) 

Villa 'Zeno' te Ulft waar de familie Deurvorst woonde.

1899: Geen boete voor B. Ubbink voor het nabootsen van een DRU pan. 

1906: 30 jarig dienstfeest van F. B. Deurvorst

F.B. Deurvorst bezat grote stukken weide en bouwland in en om Ulft.  De gewassen die hij daar op liet verbouwen werden via notarissen verkocht. 

EEN GEDEELTE VAN DE ADVERTENTIES DIE WERDEN GEPLAATS, STAAN HIER AFGEBEELD.

HET ENE NAAR HET ANDERE PAND WORDT AANBESTEED!

In november 1902 gaf de directie van de DRU opdracht om een blok van 15 woningen te bouwen in Ulft

In 1915 werd er grondwerk aanbesteed voor het bouwen van arbeiderswoningen aan de weg naar Ulft en Etten..

 

De DRU gebouwen omstreeks 1900.  Met links de prachtige directie villa 'Zeno' die  F. Deurvorst in 1896 liet bouwen.

Rond 1900 ging het heel goed met het bedrijf, op het DRU terrein werden diverse gebouwen aan besteed. (Zie onderstaande advertenties.)

MODELMAKERIJ 1902 

FOTO: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Op deze tekeningen is duidelijk de enorme groei te zien van de DRU. 
De tekening hierboven is gemaakt ca. 1900 na de bouw van de villa 'Zeno' want links is nog een gedeelte van de fraaie tuin te zien.

Niet lang daarna, werden er grote gebouwen bij gebouwd waaronder de modelmakerij (1902), Emailleerfabriek (1912), Centraal magazijn 1918.

Op de tekening rechts, is de enorme groei die plaatsvond in nog geen 20 jaar duidelijk weergegeven te zien.

(Tekenaars van beide tekeningen nog niet bekend.)

Historie

In 1754 werd te Ulft, gelegen aan der Oude IJssel, aan de zogeheten Meulenbeek een hoogoven gesticht. De Meulenbeek was een kanaal, een afkorting van een bocht in de Oude IJssel die in de zeventiende eeuw was gegraven om het water uit de rivier op te stuwen zodat er een watermolen kon worden aangedreven. In 1754 werd de watermolen dienstbaar gemaakt om de blaasbalgen van de hoogoven in gang te zetten. De oudst bewaarde gegevens over dit Ulftse bedrijf, zoals de rekeningen van de campagnes uit de eerste jaren, bevinden zich in het archief van Huis Bergh.
In 1853 werd voor de aandrijving van de blaasbalgen tevens een 'stoomwerktuig' geplaatst. Na een aarzelende start bloeide ter plaatse een bedrijf op dat in de 19e eeuw onder de naam Diepenbrock & Reigers Ulft (DRU) wijd en zijd bekend werd. De gietijzeren producten vonden hun weg in een groot afzetgebied. In 1853 werd de basis gelegd voor de emailleerafdeling die uiteindelijk zou bijdragen aan het succes van de DRU-producten. De laatste drie decennia van de 19e eeuw waren de gouden tijd van het gegoten gietijzer. De DRU-producten waren divers: behalve allerhande keukengerei (vooral pannen) werden ook dakgoten, grafkruisen, vensters, paraplustandaards, putranden, muurankers, kolommen (geraamte Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam) en machineonderdelen gegoten. In 1890 toen de lokale voorraad ijzeroer grotendeels was uitgeput werd de hoogoven definitief gedoofd. Voortaan werd van elders aangevoerd ijzer in de gieterij verwerkt.

De bedrijfsbehoefte aan een verbeterde infrastructuur maakte dat de Oude IJssel tot Ulft permanent bevaarbaar werd gemaakt (1880) en dat er een tramwegverbinding tot stand kwam (1890). Ook had de door de DRU geschapen werkgelegenheid grote invloed op de stedenbouwkundige ontwikkeling van de kernen Ulft, Oer en Pol. In 1914 werden deze buurtschappen administratief verenigd tot het dorp Ulft dat uitgroeide tot de grootste woonkern in de toenmalige gemeente Gendringen. De naam 'Olde hut' die de DRU in de volksmond kreeg is te danken aan het feit dat in 1890 een tweede ijzergieterij in Ulft werd gevestigd, de firma Becking en Bongers, die de naam 'Ni-je hut' kreeg. ('Hut' of 'Hütte' was in de streektaal de ingeburgerde de aanduiding voor ijzersmeltoven). In 1918 werd het bedrijf uitgebreid met een badkuipenfabriek. In 1934, in de crisistijd werd de haardenfabriek Jan Jaarsma NV overgenomen, de door DRU voortgezette productie bleek een belangrijke impuls in de economisch moeilijke tijd. De Tweede Wereldoorlog overleefde het bedrijf met binnen de aanvaardbare perken gebleven schade. De productie kon op beperkte schaal worden voortgezet. Na de oorlog klom het bedrijf geleidelijk uit het dal. De productie kon de vraag naar DRU-producten niet bijhouden. Toch ontstonden in 1951 problemen door een omslag in de vraag. Een verandering in de productiepolitiek zorgde ervoor dat in 1954 het 200-jarige bestaan van het bedrijf vol optimisme kon worden gevierd. Na een aantal jaren van voorspoed (energieverbruikend Nederland schakelde op grote schaal over op aardgas) met de productie van gashaarden en fornuizen, ontstonden in de jaren zeventig opnieuw problemen.

Het bedrijf wist na de sluiting van de gieterij (1972) door fusies en reorganisaties en productieaanpassingen (o.a. vervaardiging melkkoeltanks en toelevering) nog enkele decennia te overleven. Uiteindelijk werd de DRU aan het einde van de 20e eeuw opgesplitst in verschillende bedrijven. Het oorspronkelijke fabrieksterrein aan de Oude IJssel werd verlaten. De bedrijfsgebouwen resteerden als monumenten van industriële archeologie. De historisch en architectonisch meest waardevolle delen bleven gespaard om te worden ingepast in een ambitieus stedenbouwkundig plan waarin, na de nodige sloopwerkzaamheden en bodemsanering, werd voorzien in de bouw van woningen en bestuurs- en culturele instellingen.
Het beeld van de ijzergieter, de fabriekswatertoren en oude gevels van de bedrijfsgebouwen, een ijzermuseum  en naamgeving van verschillende locaties herinneren ter plaatse nog aan twee en een halve eeuw ijzerindustrie.

Literatuur: NV Diepenbrock & Reigers, Tweehonderd jaar DRU 1754-1954, Ulft 1954.   www.archieven.nl